menu
nl
en nl fr

17-09-2015 - Portret K - De kunst van het toeval - Knack

Cathérine Ongenae - Verhalen Columns Interviews
Cathérine Ongenae  / Knack 17 september 2015 / Interviews, Non-fictie, Serendipiteit 

DE KUNST VAN HET TOEVAL – 3 – Operazanger Charles Dekeyser
Over serendipiteit, of de kunst van het vinden, ook al ben je niet op zoek

Charles Dekeyser ©Kaat Pype (foto)

“Ik ben veroordeeld tot gelukkig zijn"

Sommige mensen worden geboren met een gouden stem. Operazanger Charles Dekeyser ontdekte zijn diepe basstem laat, en hij werkte hard om ze op het niveau te krijgen dat hij nu heeft. Naambekendheid bij een breder publiek verwierf Dekeyser toen hij afgelopen jaar de halve finale van de Koningin Elisabethwedstrijd haalde. Hij zong op het eerbetoon voor de overleden opera-intendant Gerard Mortier en op het Gentse muziekfestival OdeGand. Nu flirten de zanger en het buitenland al geruime tijd met elkaar.

Ooit was het anders. Zestien was hij, een lange jongen die drumde en basketbal speelde, toen bleek dat hij colitis ulcerosa had, een chronische ontstekingsziekte aan de dikke darm.

CHARLES DEKEYSER: Mijn pubertijd bestond uit ziek zijn. Ik lag wekenlang in het ziekenhuis aan de sondevoeding omdat ik niet meer kon eten. Door de ziekte kon ik het vijfde en zesde jaar van de humaniora niet afmaken, mijn diploma middelbaar behaalde ik later via de centrale examencommissie. Het was een eenzame tijd. Achteraf bekeken was het een leerrijke ervaring. Zonder die aandoening was ik nooit geworden wie ik nu ben.

De laatste internist die we bezochten, gaf me ademhalings- en visualisatieoefeningen. Dat klinkt zweverig, maar je bent zo radeloos dat je alles wilt proberen. Door de visualisatieoefeningen voelde ik me mentaal beter. Omdat adem-, stem- en zangoefeningen ongeveer hetzelfde zijn, ging ik op aanraden van mijn leraar Nederlands op zangles. Ik had nooit eerder gezongen. De eerste keer dat ik naar de les ging, had ik mijn stem ook nog niet. Er zat ruis op, maar mijn lerares hoorde potentieel. Door te oefenen werd ik sterker, en leerde ik mijn lichaam gebruiken en kennen. Het zingen heeft me, samen met aangepaste voeding, genezen van mijn ziekte.

Na een paar jaar privéles studeerde ik zang aan het conservatorium van Brussel, één jaar Operastudio Vlaanderen en vier jaar Muziekkapel Koningin Elisabeth, bij José Van Dam. Om de twee weken ga ik nog zingen bij mijn zanglerares van het eerste uur. Oefenen blijft belangrijk, maar ik voel dat ik in het stadium kom dat ik ook zelf kan beginnen te creëren. Vroeger zong ik om het publiek te behagen. Nu pas voel ik me rijp en vrij genoeg om mijn persoonlijkheid in mijn werk te leggen.


Mijn pubertijd bestond uit ziek zijn. Zingen heeft me genezen

Om mijn arts te citeren: ik ben veroordeeld tot gelukkig zijn. Men zegt dat je darmen je tweede hersenen zijn. Als ik niet gelukkig ben, of me niet goed voel, functioneer ik niet. Wie zich niet goed voelt, kan niet genereus zijn. Terwijl zingen net generositeit vraagt, of je nu op het podium van Bozar staat of in een kerkje op het platteland. De dramatiek van de rollen vraagt dat je met hart en ziel, met overgave, vanuit de buik zingt.

Rollen kies je niet zelf. Mijn stemtype is ‘bas noble’, een edele rol zoals die van een koning past me het best. De rol van Filips de Tweede in Don Carlo, bijvoorbeeld, maar daar ben ik nog te jong voor. Hoe ouder je wordt, hoe meer er mogelijk is. Het repertoire voor bas is niet vrolijk. De muziek is dikwijls intens, zwart zelfs. Liederen van Schubert en Mahler zijn prachtig, maar ze gaan vaak over verloren liefde en de dood. Die diepgang ligt me, maar je kunt het pas goed brengen als je op persoonlijk vlak gelukkig bent. Als je je eigen tristesse in je zang gooit, werkt het niet. Je moet ontspannen zijn voor je stem, om emotionele rollen te kunnen spelen heb je een zekere lichtheid nodig.

Hoe de toekomst eruitziet? Er bestaan vaste gezelschappen in het buitenland, maar ik weet niet of het iets voor mij is. In ruil voor financiële zekerheid zit je een jaar vast om misschien een paar kleine rollen te zingen. Ik ben liever flexibel, ik hou van verscheidenheid. Ik wil vooral authentiek leven en trouw zijn aan mezelf. En ik wil ook andere dingen doen dan zingen. Onlangs haalde ik mijn drumstel weer van de zolder. De dag voor een concert drum ik met een koptelefoon op, het neemt de spanning weg. Ik zing erg graag, maar ik weet niet of dat het enige is wat ik zal doen in mijn leven. Andere kunsten interesseren me ook. Ik zou graag nog meer mensen bereiken, en zeker jongeren. Spektakels creëren, dat lijkt me fantastisch.